Beoordeling Energie Audit door RVO: wat wordt er van u verwacht?

18 september 2019

Op 10 september organiseerde de RVO een bijeenkomst voor adviseurs over de EED en de recente wetswijzigingen. Uiteraard was Nibag hierbij aanwezig.  In het licht van deze bijeenkomst geven we u een update van de wetswijzigingen en de aanpak van RVO.

Pre-advies verdwijnt

Een pre-advies zoals dat eerder werd gegeven door het Kernteam komt te vervallen. Dat betekent dat u geen plan ter goedkeuring kunt voorleggen bij de RVO, alvorens de audit te starten. Pas bij het indienen van de rapporten beoordeelt RVO of de aanpak en het resultaat voldoende zijn.

Verantwoordelijke partij auditplicht

In de meeste gevallen is de eigenaar van het gebouw verantwoordelijk voor de auditplicht. Alleen wanneer een gebouw volledig wordt gehuurd door één huurder, dan is de huurder auditplichtig. RVO stelt dat men alleen maatregelen in beeld hoeft te brengen waar men zelf verantwoordelijkheid voor draagt. Bijvoorbeeld wanneer een huurder de verlichting zelf heeft aangebracht, dan moet de huurder verlichtingsmaatregelen in kaart brengen.

Steekproef alleen inzetbaar bij voldoende uniformiteit

Het gebruik van een steekproef mag alleen als verschillende locaties uniform zijn qua bedrijfsprocessen (functie van het pand) en gebouweigenschappen. Als de bouwjaren bijvoorbeeld al ver uit elkaar liggen, dan is er geen uniformiteit en kan er geen steekproef worden uitgevoerd. Wat precies valt onder uniforme gebouwen is niet nader toegelicht, wat ruimte biedt voor interpretatie. Verder geldt dat alle locaties met grootverbruik ge-audit moeten worden. Hiervoor kan dus ook geen steekproef ingezet worden. Voor locaties met middelgroot verbruik of kleinverbruik mag een steekproef worden genomen van 3 panden. (Voor locaties met laagverbruik kan men wel volstaan met een beknopte audit).

Erkende Maatregelen

De Erkende Maatregelen zijn sinds de invoer van de Informatieplicht niet meer relevant voor de energie audit. Al mogen ze wel meegenomen worden in het rapport. Wij adviseren dan ook om deze maatregelen toch mee te nemen. Sommige maatregelen zijn verplicht, en daarnaast zijn ze ook kostenefficiënt. Verder wordt er geen standaard maatregelenlijst geboden waar men vanuit moet gaan bij een auditrapport en worden er geen grenzen aangegeven wat betreft terugverdientijden of andere kaders. RVO stelt alleen dat alle maatregelen die ‘interessant zijn voor de organisatie’ in kaart gebracht moeten worden. Wij adviseren dan ook dat een auditplichtige organisatie een helder beleid formuleert dat aangeeft wat de lange termijn doelen zijn, wanneer maatregelen interessant zijn (bijvoorbeeld door een maximale terugverdientijd aan te geven, uit te gaan van een natuurlijk vervangingsmoment, of no regret maatregelen). Nibag denkt graag mee bij het formuleren van deze uitgangspunten. Hoe helderder we deze uitgangspunten hebben gesteld, des beter zal het auditrapport aansluiten bij de organisatie en de mogelijkheden tot energiebesparing.

Eerdere afspraken met bevoegd gezag

Veel organisaties hebben in het kader van de auditplicht afspraken gemaakt met het bevoegd gezag. Het is vooralsnog onduidelijk in hoeverre deze afspraken nog gelden. Doel van één beoordelaar is dat er juist geen individuele afspraken worden gemaakt en alle audits gelijk zijn. RVO erkent echter wel dat veel organisaties al zijn gestart met audits waarbij ze zijn uitgegaan van eerder gemaakte afspraken. Het is vooralsnog onduidelijk hoe dit wordt opgelost. Uiteraard houden wij u hierover op de hoogte.

Wilt u meer lezen over de wetswijzigingen in detail? Lees dan hier verder.

Kijkt u ook op onze Linkedinpagina om niets te missen! Wanneer u vragen heeft, kunt u contact opnemen met Marloes Bosman via m.bosman@nibag.nl of 0639655691.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Terug naar overzicht